Belastingpakket 2013

Een overzicht van de zes wetsvoorstellen in het pakket.

Op 18 september jl. is het Belastingpakket 2013 gepubliceerd. Hieronder treft u een overzicht aan van de voorstellen die zijn opgenomen in de zes wetsvoorstellen die het pakket omvat. Vrijwel alle maatregelen treden per 1 januari 2013 in werking. Waar dat anders is, hebben wij dat zo veel mogelijk vermeld. De uitkomst van de coalitiebesprekingen kan er mede toe leiden dat de wetsvoorstellen nog flink zullen wijzigen. Hierna zijn de voorstellen per belasting weergegeven.

 


Download het gehele document over het Belastingpakket 2013 (pdf).

Download the English translation of the 2013 Tax Package document (pdf).


 

Inkomstenbelasting

Herziening fiscale behandeling eigen woning

 

Aanpassing van het begrip eigenwoningschuld
Het begrip eigenwoningschuld wordt aangepast. Daardoor geldt voor leningen die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan dat de rente alleen aftrekbaar is als die lening in maximaal 360 maanden ten minste volgens een annuïtair aflossingsschema volledig wordt afgelost. Het ten minste annuïtair aflossen wordt getoetst aan de hand van de (resterende) hoogte van de schuld en niet aan de hand van het in een jaar af te lossen bedrag.

Daardoor voldoet bij voorbeeld ook een lening met een (contractueel en daadwerkelijk) lineair aflossingsschema aan de aflossingseis. Deze aflossingsverplichtingen moeten bij het aangaan van de schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst en moeten daadwerkelijk worden nageleefd. Indien een lening niet voldoet aan deze extra vereisten, komt de rente, ook al is de lening aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van een eigen woning, niet in aanmerking voor aftrek. Als de lening wel voldoet, mag - net als nu - de werkelijk betaalde rente in aftrek worden gebracht.

Zodra op een leningdeel te weinig wordt afgelost waardoor de omvang van de schuld hoger ligt dan die zou zijn conform het annuïtaire aflossingsschema, verliest dat leningdeel in beginsel het predicaat 'eigenwoningschuld' en is dientengevolge vanaf dat moment de rente niet meer aftrekbaar. Om te voorkomen dat tijdelijke (betalings)problemen direct leiden tot het verlies van renteaftrek, is een regeling opgenomen waardoor geen sprake is van het verlies van aftrek, mits een in een jaar opgelopen achterstand het volgende jaar wordt ingehaald. Dit is een veiligheidsmarge die voor iedereen geldt.
Daarnaast bevat het wetsvoorstel nog een regeling voor herstel van een aflossingstekort ten gevolge van een onbedoelde fout in de betaling of berekening van het aflossingsbedrag.

Afschaffing vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning
De vrijstelling in box 1 (en daarmee ook in box 3) voor op of na 1 januari 2013 afgesloten kapitaalverzekeringen eigen woning, beleggingsrechten eigen woning en spaarrekeningen eigen woning (respectievelijk de KEW, de BEW en de SEW, hierna kortheidshalve gezamenlijk aangeduid als KEW) wordt afgeschaft. Voor alle op 31 december 2012 bestaande KEW's geldt een eerbiedigende werking, zodat voor die bestaande KEW's de vrijstelling blijft bestaan (tenzij in strijd met de bestaande voorwaarden wordt gehandeld).


Indien op of na 1 januari 2013 kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten worden aangegaan, zal de waarde van die kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en beleggingsrechten van meet af aan een onderdeel vormen van de grondslag voor de berekening van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen (box 3) ook al wordt contractueel bepaald dat de uitkering zal worden aangewend voor de aflossing van de eigenwoningschuld.

Overgangsrecht
Als hoofdregel geldt dat alle op 31 december 2012 tot de eigenwoningschuld van een belastingplichtige behorende schulden worden aangemerkt als een bestaande eigenwoningschuld (en derhalve voor dat bedrag onder het bereik van het overgangsrecht vallen).


Het overgangsrecht voorziet in een bepaling voor eigenwoningbezitters die in 2012 hun eigen woning hebben verkocht, daarna bijvoorbeeld tijdelijk een andere woning huren en pas weer in 2013 een nieuwe eigen woning aanschaffen.


Het overgangsrecht kent daarnaast een bepaling voor belastingplichtigen die op 31 december 2012 reeds een onherroepelijke schriftelijke overeenkomst tot koop zijn aangegaan en waarbij de levering van de eigen woning op korte termijn (in ieder geval in het jaar 2013) plaatsvindt. Voor deze groep wordt toegestaan dat de eigenwoningschuld die in het jaar 2013 ontstaat als uitvloeisel van die overeenkomst wordt aangemerkt als de omvang van een 'bestaande lening' (en derhalve voor dat bedrag onder het bereik van het overgangsrecht valt). Een gelijkluidende bepaling geldt voor belastingplichtigen die op 31 december 2012 een koop-aannemingsovereenkomst hebben afgesloten, maar de woning nog niet is opgeleverd.


Voor zover een belastingplichtige op 31 december 2012 over twee eigen woningen beschikt, wordt in het overgangsrecht bepaald dat uiteindelijk enkel de omvang van de op de overblijvende eigen woning rustende eigenwoningschuld wordt aangemerkt als de bestaande eigenwoningschuld (en derhalve voor dat bedrag onder het bereik van het overgangsrecht valt).

Heffingskortingen en tarieven

  • De algemene heffingskorting wordt verlaagd van € 2033 tot € 2001.
  • De arbeidskorting wordt verhoogd van € 1611 naar € 1723. Voor hoge inkomens kan de arbeidskorting echter worden afgebouwd met maximaal € 1.173. De maximale vermindering was € 78.
  • De ouderenkorting wordt verhoogd van € 762 naar € 1032. Voor een verzamelinkomen van meer dan € 35.450 gaat een ouderenkorting van € 150 gelden. Voorheen had de belastingplichtige met een dergelijk inkomen geen recht op ouderenkorting.
  • De grens van de eerste schrijf wordt verhoogd met € 700 tot € 19.645.
  • De grens van de tweede schijf wordt verlaagd met € 500 tot € 33.555 voor belastingplichtigen die zijn geboren vóór 1 januari 1946 en € 33.363 voor belastingplichtigen die zijn geboren na 1 januari 1946.
  • De grens van de derde schijf wordt verlaagd met € 500 tot € 55.991.
  • Het belastingtarief van de eerste schijf wordt verhoogd van 1,95% naar 5,85%.
  • Het belastingtarief van de tweede schijf wordt verhoogd van 10,80% naar 10,85%.

Overige maatregelen

  • De aftrek van scholingsuitgaven wordt beperkt tot verplichte en noodzakelijke kosten van een opleiding of studie. Computers en randapparatuur zijn niet meer aftrekbaar. Belastingplichtigen met recht op studiefinanciering krijgen ook aftrek van de limitatief opgesomde werkelijk gemaakte kosten. De regeling voor studenten die hun diploma niet op tijd halen wordt eenvoudiger.
  • De aftrek van ziektekosten wijzigt. Er komt een regeling waarmee uitgaven die als gevolg van wijzigingen binnen het basispakket aftrekbaar zouden worden van aftrek kunnen worden uitgesloten. Vooralsnog vallen hieronder bepaalde fertiliteitbehandelingen en bepaalde hulpmiddelen voor de mobiliteit. Er is een aftrekbeperking opgenomen voor de eigen bijdrage voor het verblijf in een instelling voor medisch-specialistische zorg en een eigen bijdrage voor hoortoestellen.


Loonbelasting/inkomstenbelasting

Fiscale behandeling woon-werkverkeer

 

Woon-werkverkeer
Met ingang van 2013 vervalt de mogelijkheid van onbelaste vergoedingen of verstrekkingen voor het woon-werkverkeer. Dit geldt zowel voor het reizen met eigen vervoer als met openbaar vervoer of voor vervoer vanwege de werkgever. Ook de reisaftrek in de inkomstenbelasting voor werknemers die met het openbaar vervoer van en naar het werk reizen en daar geen of een lage vergoeding voor krijgen vervalt.

Alleen werkgevers die thans de werkkostenregeling toepassen kunnen woon-werkverkeer eventueel nog onbelast vergoeden of verstrekken indien en voor zover zij nog ruimte hebben binnen het algemene forfait van de werkkostenregeling.

Onbelaste reiskostenvergoedingen en verstrekkingen voor zakelijke kilometers, niet zijnde woon-werkverkeer, blijven in 2013 nog wel mogelijk. Voor overige vormen van vervoer vanwege de werkgever ter zake van het woon-werkverkeer, zoals een personeelsbus, zal het loonvoordeel worden bepaald op de kosten die de werknemer zou maken ingeval met openbaar vervoer zou zijn gereisd.

Indien ov-abonnementen ter beschikking worden gesteld die zowel voor zakelijk als voor woon-werkverkeer worden gebruikt, zal voor het in aanmerking te nemen loonvoordeel de waarde van het abonnement worden verminderd met het aantal zakelijke kilometers dat hiermee is afgelegd maal € 0,19 of de werkelijke kosten van de zakelijke reizen.

Vergoedingen die in 2012 (vanaf 18 september 16.00 uur) tot het einde van het jaar vooruit worden betaald voor woon-werkverkeer dat in 2013 zal plaatsvinden, vallen ook onder de belastingheffing. Deze worden geacht te zijn genoten in het tijdvak waarin het woon-werkverkeer feitelijk plaatsvindt.

Overgangsrecht
OV-abonnementen die door de werkgever aan de werknemer zijn verstrekt (mede) voor woon-werkverkeer van de werknemer en die vóór 25 mei 2012 zijn aangegaan, blijven in ieder geval onbelast voor de geldigheidsduur van dat abonnement.
Voor OV-abonnementen die vóór 25 mei 2012 zijn aangeschaft, blijft ook de reisaftrek, indien van toepassing, gelden gedurende de looptijd van het abonnement.

Auto van de zaak
Voor werknemers met een door de werkgever ter beschikking gestelde auto en ondernemers met aan een ondernemer ter beschikking staande (personen)auto (auto van de zaak) geldt met ingang van 2013 dat reizen voor woon-werkverkeer als privékilometers worden aangemerkt. Hierdoor zal de huidige vrijstelling van de bijtelling voor de auto's waarmee niet meer dan 500 kilometer privé wordt gereden grotendeels haar belang verliezen.

Overgangsrecht auto van de zaak
Voor personen die een (bestel)auto ter beschikking gesteld hebben gekregen en deze auto thans gebruiken voor het woon-werkverkeer maar overigens niet meer dan 500 kilometer per jaar privé rijden, geldt een overgangsregeling indien vóór 25 mei 2012 het leasecontract is ingegaan, of de ter beschikking gestelde auto voor die datum is aangeschaft en op de balans stond van de onderneming (bij niet lease-situaties).

Op grond van dit overgangsrecht geldt gedurende de looptijd van het leasecontract of zolang de auto op de balans blijft staan, maar uiterlijk tot 1 januari 2017, een lagere bijtelling ter grootte van 25% van de huidige bijtellingspercentages (25%, 20% of 14%). Deze lagere bijtelling geldt alleen indien het aantal gereden 'echte' privékilometers (dus uitgezonderd woon-werkverkeer) maximaal 500 kilometer per jaar bedraagt. Ingeval het een bestelauto met een verklaring uitsluitend zakelijk gebruik betreft, mag geen enkele privékilometer worden verreden.

Definitie woon-werkverkeer
Daar woon-werkverkeer, anders dan overige zakelijk verkeer, vanaf 2013 niet meer onbelast kan worden vergoed en woon-werkverkeer in geval van een ter beschikking gestelde auto als privégebruik wordt aangemerkt, wordt een definitie van woon-werkverkeer in de wet opgenomen. Onder woon-werkverkeer wordt verstaan:

  • iedere reis waarbij heen of terug wordt gereisd tussen de woning of verblijfplaats en de in het kader van een dienstbetrekking (of overeenkomst tot het verrichten van werkzaamheden) overeengekomen vaste werkplaats of werkplaatsen;
  • het op regelmatige basis reizen tussen de woning of verblijfplaats en een werkplaats waar in belangrijke mate (voor 30% of meer) werkzaamheden worden verricht in het kader van de dienstbetrekking of de overeenkomst tot het verrichten van werkzaamheden.

Reizen worden niet als woon-werkverkeer aangemerkt indien maximaal een jaar tussen de woning of verblijfplaats en de werkplaats wordt gereisd en deze periode aanmerkelijk korter is dan de duur van de dienstbetrekking. Ook als niet binnen 24 uur zowel heen als terug wordt gereisd, geldt dat geen sprake is van woon-werkverkeer.

Pensioenen

  • Recentelijk is het parlement akkoord gegaan met een verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd. In verband hiermee worden nu diverse leeftijdsafhankelijke regelingen in fiscale wetten aangepast. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de uiterste ingangsdata voor pensioenen en lijfrenten, het tijdstip waarop de fiscale oudedagsreserve afneemt en het omzetten van stakingswinst in een lijfrente.
  • In een beleidsbesluit zal worden goedgekeurd dat het tot en met maart 2015 mogelijk is om het aanvullend pensioen, zonder dat doorgewerkt wordt, uit te stellen tot de in dat jaar geldende AOW-leeftijd van 65 jaar en 3 maanden.
  • Vanaf 1 januari 2015 gelden voor ondernemers die verplicht deelnemen aan beroeps- of bedrijfstakpensioenregelingen dezelfde beperkingen als voor de pensioenopbouw van werknemers. Daar staat tegenover dat vrijwillige pensioenopbouw onder voorwaarden (tot maximaal 1/3 van de verplichte premies) ook voor fiscale facilitering in aanmerking komt.
  • De maximale fiscaal gefacilieerde pensioenopbouw wordt gerelateerd aan de winst uit onderneming drie jaar voorafgaande aan het jaar waarin de pensioenopbouw plaatsvindt.


Premiedeel heffingskortingen

Inwoners van Nederland die niet in Nederland premieplichtig zijn, krijgen onder bepaalde voorwaarden recht op uitbetaling van het premiedeel van de heffingskortingen.

Loonbelasting

  • Voor pensioen in eigen beheer wordt geregeld dat men op de pensioeningangsdatum eenmalig de pensioenaanspraken kan verminderen. Dit wordt beperkt tot situaties waarbij de 'onderdekking' (een dekkingsgraad van minder dan 75%) een gevolg is van reële beleggings- en ondernemingsverliezen. Er geldt een overgangsregeling voor pensioenuitkeringen die op 1 januari 2013 lopen, waardoor deze pensioenaanspraken in de periode 2013 tot en met 2015 kunnen worden verminderd.
  • Het forfaitaire percentage van de werkkostenregeling wordt met 0,1%-punt verhoogd.
  • Een aantal maatregelen wordt genomen om misbruik van de afdrachtvermindering onderwijs tegen te gaan en om de regeling toekomstbestendiger te maken. Onder meer wordt de afdrachtvermindering gekoppeld aan de inhoud en de duur van het onderwijsprogramma. De afdrachtvermindering voor bbl en werkend leren op hbo-niveau wijzigt.
  • In de S&O-afdrachtvermindering wordt de eerste schijf verlengd naar € 200.000. Het tarief in de eerste schijf wordt verlaagd naar 38% en het starterstarief wordt verlaagd tot 50%. Het plafond blijft € 14 miljoen.
  • De regels voor het corrigeren van gegevens in een onjuiste of onvolledige loonaangifte door de inhoudingsplichtige worden herzien.

Vennootschapsbelasting

  • De thincapregeling in art. 10d Wet VpB 1969 wordt afgeschaft.
  • Geregeld wordt dat de buitenlandse belastingplicht voor lichamen die werkzaamheden verrichten als bestuurder of commissaris van een in Nederland gevestigd lichaam voortaan ook geldt voor materiële bestuurderswerkzaamheden of managementdiensten. Dit geschiedt om geconstateerd misbruik te bestrijden. De wijziging heeft vooral praktische betekenis in relatie met België.
  • Een van de voorwaarden voor de totstandkoming van een fiscale eenheid is dat een moedermaatschappij de juridische en economische eigendom heeft van ten minste 95 percent van de aandelen in het nominaal gestorte kapitaal van de dochtermaatschappij. In de wettekst is nu verduidelijkt dat deze voorwaarde met zich brengt dat de moedermaatschappij altijd recht moet hebben op ten minste 95% van de winst en het vermogen van de dochtermaatschappij en dat zij ten minste 95% van de stemrechten in de dochtermaatschappij moet kunnen uitoefenen.

Overdrachtsbelasting

  • De termijn waarbij in geval van doorverkoop een vermindering van overdrachtsbelasting kan worden verkregen, wordt tijdelijk verlengd van zes maanden naar 36 maanden. Dit was reeds aangekondigd in een beleidsbesluit. De faciliteit houdt in dat als een onroerende zaak of een recht waaraan deze is onderworpen in de periode van 1 september 2012 tot 1 januari 2015 wordt verkregen, bij een opvolgende verkrijging door een ander binnen 36 maanden slechts overdrachtsbelasting is verschuldigd over de meerwaarde
  • Het lage overdrachtsbelastingtarief van 2% voor de verkrijging van woningen gaat ook gelden voor aanhorigheden van woningen die op een later tijdstip dan de woning zelf worden verkregen en tot deze woning gaan behoren. Hierbij kan worden gedacht aan de latere verkrijging van een garage of een schuur.


Assurantiebelasting

In het Belastingplan 2011 is geregeld dat het tarief van de op 1 januari 2015 verlaagd wordt van 9,7% naar 9,5%. Op verzoek van de branche is het hierbij behorende overgangsrecht aangepast.

Btw

De termijnen van de fietsregeling in de btw wordt in overeenstemming gebracht met die van de loonbelasting. Momenteel kijkt de btw naar drie volle jaren, terwijl de loonbelasting uitgaat van het lopende kalenderjaar en de twee opeenvolgende jaren.

Invordering

  • Zekerheidshouders van bodemzaken worden verplicht de ontvanger te informeren over het voornemen hun recht op deze zaken uit te oefenen dan wel handelingen te verrichten waardoor de zaken niet meer als bodemzaken kwalificeren. Bodemzaken zijn bepaalde roerende zaken die zich bevinden op de bodem die bij de belastingschuldige in gebruik is. De ontvanger heeft het eerste recht om zich op deze zaken te verhalen. Na de mededeling heeft de ontvanger vier weken om zijn verhaalsrecht ook daadwerkelijk te effectueren. Als de zekerheidshouder niet aan de mededelingsplicht voldoet, is hij verplicht de executiewaarde van de bodemzaken aan de ontvanger te vergoeden.
  • De tijdelijke versoepeling van het uitstelbeleid ten aanzien van ondernemers met betalingsproblemen als gevolg van de economische crisis wordt voortaan structureel toegepast, ook in situaties waarin geen relatie is met de economische crisis. Daarnaast wordt een verzoek om kort uitstel voortaan beoordeeld aan de hand van objectief toetsbare criteria.

Autobelastingen

  • Voor in een EU- of EER-land geregistreerde motorrijtuigen wordt het ook buiten de leasesfeer mogelijk om bij de heffing van BPM direct rekening te houden met de duur van het gebruik in Nederland.
  • In de motorrijtuigenbelasting wordt de minimale schorsingstermijn waarbij geen motorrijtuigenbelasting verschuldigd is voor personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen verkort van drie maanden tot een maand.
  • De belasting op zware motorrijtuigen wordt zodanig aangepast dat buitenlandse vrachtauto's ook kunnen worden betrokken in het toezicht via automatische nummerplaatherkenning.

Accijns

  • De wijze waarop de jaarlijkse aanpassing van de accijnstarieven van tabaksproducten wordt berekend, is gewijzigd.
  • De periode waarin een fabrikant, importeur en groothandelaar nog tabaksproducten met 'oude' accijnszegels mag verkopen, wordt verruimd van een maand naar twee maanden.

Belastingen op milieugrondslag

  • De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de vrijstelling van energiebelasting voor aardgas en elektriciteit die worden gebruikt voor de opwekking van elektriciteit zijn gewijzigd.
  • Er is overgangsrecht opgenomen in verband met de afschaffing van de verpakkingsbelasting (per 1 januari 2013) en de voorgenomen afschaffing van de belasting op leidingwater.

Algemene wet inzake rijksbelastingen

  • Om de effectiviteit van de verzuimboete voor aangifteverzuimen bij aanslagbelastingen te vergroten, krijgt de inspecteur de mogelijkheid om een verzuimboete eerder op te leggen dan de aanslag.
  • Vanaf 1 januari 2014 moeten instellingen met de ANBI-status bepaalde gegevens op elektronische wijze (via internet) openbaar maken. Het gaat daarbij om NAW-gegevens, de bestuurssamenstelling, een (verkort) jaarverslag en bepaalde beloningen van bestuurders en medewerkers.
  • Volkshuisvesting wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 aangemerkt als een algemeen nut beogende activiteit. Hierdoor kunnen woningcorporaties nu ook als algemeen nut beogende instelling (ANBI) kwalificeren.
  • Een belastingplichtige kan in bepaalde situaties worden verplicht om een burgerservicenummer (BSN) van een derde op te geven ten behoeve van werkzaamheden van de Belastingdienst.

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

  • De Belastingdienst/Toeslagen krijgt de mogelijkheid om een vergrijpboete op te leggen bij de definitieve toekenning van de toeslag indien het vergrijp betrekking heeft op de aanvraag- en voorschotfase van het toeslagenproces. In geval van recidive bij toeslagenfraude kan voortaan een vergrijpboete van 150% worden opgelegd.
  • Bij het niet reageren op een verzoek om informatie van de inspecteur tot het vaststellen van het niet in Nederland belast inkomen, wordt het voor de Belastingdienst/Toeslagen mogelijk om ambtshalve de hoogte van de tegemoetkoming te bepalen.
  • Bij de invoering van de vermogenstoets voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget zal ook rekening worden gehouden met buitenlands vermogen.

Verhuurderheffing

Per 1 januari 2013 zal een nieuwe heffing ten laste van verhuurders worden ingevoerd. Het betreft verhuurders die op 1 januari van dat jaar meer dan tien huurwoningen in de gereguleerde sector bezitten. Dit is de zogenoemde verhuurderheffing. De verhuurderheffing is dus beperkt tot huurwoningen met een huur tot de huurtoeslaggrens (m.i.v. 1 januari 2012 € 664,66). Woningen in de vrije sector zijn van deze heffing uitgesloten.

De grondslag voor de heffing wordt gevormd door de totale WOZ-waarde van de woningen van een verhuurder in de gereguleerde sector, verminderd met tien maal de gemiddelde WOZ-waarde van al diens huurwoningen in diezelfde sector. De peildatum van de WOZ-waarde ligt op 1 januari van het voorgaande kalenderjaar en de waarde wordt steeds voor een periode van één jaar vastgesteld. Het voorgestelde tarief bedraagt voor 2013 0,0014%. Per 1 januari 2014 zal dit tarief worden verhoogd tot 0,231%.

De verhuurderheffing moet tegelijk met het doen van aangifte worden betaald. Hiervoor geldt een termijn van drie maanden, zodat de betaling vóór 1 april van het desbetreffende jaar conform aangifte zal dienen te geschieden. Om belastingplichtigen en de Belastingdienst tegemoet te komen is deze termijn voor 2013 verlengd tot negen maanden, dus tot en met 30 september 2013.

Wet elektronische registratie notariële akten

Op grond van de Registratiewet 1970 worden alle notariële akten door de Belastingdienst geregistreerd. Doel van de registratie is in de eerste plaats het leveren van een bijdrage aan de rechtszekerheid. Daarnaast gebruikt de Belastingdienst de informatie in de akten voor de uitvoering van de belastingwetgeving. Dit wetsvoorstel strekt ertoe de registratie van notariële akten voortaan langs elektronische weg te laten geschieden door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie, waardoor die akten niet langer heen en weer hoeven te worden gestuurd tussen de notaris en de Belastingdienst. Verder wordt de registratie van onderhandse akten beperkt tot die akten waarvoor registratie een wettelijk vormvereiste is. De registratie van deze akten blijft een taak van de Belastingdienst. Ook het toezicht op de uitvoering van de Registratiewet 1970 blijft gebeuren door de Belastingdienst. Met het voorstel wordt een belangrijke besparing op de uitvoeringskosten van de Belastingdienst bereikt en een verlaging van de administratieve lasten voor het notariaat.

De voorgestelde wijzigingen behelzen een viertal maatregelen:

  1. Overgang naar elektronische registratie van notariële akten;
  2. Registratie notariële akten door KNB in plaats van de door Belastingdienst;
  3. Overgang naar digitaal repertorium;
  4. Beperking registratie onderhandse akten.

Deel dit bericht: