Op 18 september jl. is het Belastingpakket 2013 gepubliceerd.
Hieronder treft u een overzicht aan van de voorstellen die zijn
opgenomen in de zes wetsvoorstellen die het pakket omvat. Vrijwel
alle maatregelen treden per 1 januari 2013 in werking. Waar dat
anders is, hebben wij dat zo veel mogelijk vermeld. De uitkomst van
de coalitiebesprekingen kan er mede toe leiden dat de
wetsvoorstellen nog flink zullen wijzigen. Hierna zijn de
voorstellen per belasting weergegeven.
Download het gehele document over
het Belastingpakket 2013 (pdf).
Download the English
translation of the 2013 Tax Package document (pdf).
Inkomstenbelasting
Herziening fiscale behandeling eigen woning
Aanpassing van het begrip
eigenwoningschuld
Het begrip eigenwoningschuld wordt aangepast. Daardoor geldt voor
leningen die op of na 1 januari 2013 zijn aangegaan dat de rente
alleen aftrekbaar is als die lening in maximaal 360 maanden ten
minste volgens een annuïtair aflossingsschema volledig wordt
afgelost. Het ten minste annuïtair aflossen wordt getoetst aan de
hand van de (resterende) hoogte van de schuld en niet aan de hand
van het in een jaar af te lossen bedrag.
Daardoor voldoet bij voorbeeld ook een lening met een
(contractueel en daadwerkelijk) lineair aflossingsschema aan de
aflossingseis. Deze aflossingsverplichtingen moeten bij het aangaan
van de schuld zijn overeengekomen in de leningovereenkomst en
moeten daadwerkelijk worden nageleefd. Indien een lening niet
voldoet aan deze extra vereisten, komt de rente, ook al is de
lening aangegaan ter verwerving, onderhoud of verbetering van een
eigen woning, niet in aanmerking voor aftrek. Als de lening wel
voldoet, mag - net als nu - de werkelijk betaalde rente in aftrek
worden gebracht.
Zodra op een leningdeel te weinig wordt afgelost waardoor de
omvang van de schuld hoger ligt dan die zou zijn conform het
annuïtaire aflossingsschema, verliest dat leningdeel in beginsel
het predicaat 'eigenwoningschuld' en is dientengevolge vanaf dat
moment de rente niet meer aftrekbaar. Om te voorkomen dat
tijdelijke (betalings)problemen direct leiden tot het verlies van
renteaftrek, is een regeling opgenomen waardoor geen sprake is van
het verlies van aftrek, mits een in een jaar opgelopen achterstand
het volgende jaar wordt ingehaald. Dit is een veiligheidsmarge die
voor iedereen geldt.
Daarnaast bevat het wetsvoorstel nog een regeling voor herstel van
een aflossingstekort ten gevolge van een onbedoelde fout in de
betaling of berekening van het aflossingsbedrag.
Afschaffing vrijstelling kapitaalverzekering eigen
woning
De vrijstelling in box 1 (en daarmee ook in box 3) voor op of na 1
januari 2013 afgesloten kapitaalverzekeringen eigen woning,
beleggingsrechten eigen woning en spaarrekeningen eigen woning
(respectievelijk de KEW, de BEW en de SEW, hierna kortheidshalve
gezamenlijk aangeduid als KEW) wordt afgeschaft. Voor alle op 31
december 2012 bestaande KEW's geldt een eerbiedigende werking,
zodat voor die bestaande KEW's de vrijstelling blijft bestaan
(tenzij in strijd met de bestaande voorwaarden wordt
gehandeld).
Indien op of na 1 januari 2013 kapitaalverzekeringen,
spaarrekeningen en beleggingsrechten worden aangegaan, zal de
waarde van die kapitaalverzekeringen, spaarrekeningen en
beleggingsrechten van meet af aan een onderdeel vormen van de
grondslag voor de berekening van het belastbare inkomen uit sparen
en beleggen (box 3) ook al wordt contractueel bepaald dat de
uitkering zal worden aangewend voor de aflossing van de
eigenwoningschuld.
Overgangsrecht
Als hoofdregel geldt dat alle op 31 december 2012 tot de
eigenwoningschuld van een belastingplichtige behorende schulden
worden aangemerkt als een bestaande eigenwoningschuld (en derhalve
voor dat bedrag onder het bereik van het overgangsrecht
vallen).
Het overgangsrecht voorziet in een bepaling voor
eigenwoningbezitters die in 2012 hun eigen woning hebben verkocht,
daarna bijvoorbeeld tijdelijk een andere woning huren en pas weer
in 2013 een nieuwe eigen woning aanschaffen.
Het overgangsrecht kent daarnaast een bepaling voor
belastingplichtigen die op 31 december 2012 reeds een
onherroepelijke schriftelijke overeenkomst tot koop zijn aangegaan
en waarbij de levering van de eigen woning op korte termijn (in
ieder geval in het jaar 2013) plaatsvindt. Voor deze groep wordt
toegestaan dat de eigenwoningschuld die in het jaar 2013 ontstaat
als uitvloeisel van die overeenkomst wordt aangemerkt als de omvang
van een 'bestaande lening' (en derhalve voor dat bedrag onder het
bereik van het overgangsrecht valt). Een gelijkluidende bepaling
geldt voor belastingplichtigen die op 31 december 2012 een
koop-aannemingsovereenkomst hebben afgesloten, maar de woning nog
niet is opgeleverd.
Voor zover een belastingplichtige op 31 december 2012 over twee
eigen woningen beschikt, wordt in het overgangsrecht bepaald dat
uiteindelijk enkel de omvang van de op de overblijvende eigen
woning rustende eigenwoningschuld wordt aangemerkt als de bestaande
eigenwoningschuld (en derhalve voor dat bedrag onder het bereik van
het overgangsrecht valt).
Heffingskortingen en tarieven
- De algemene heffingskorting wordt verlaagd van € 2033 tot €
2001.
- De arbeidskorting wordt verhoogd van € 1611 naar € 1723. Voor
hoge inkomens kan de arbeidskorting echter worden afgebouwd met
maximaal € 1.173. De maximale vermindering was € 78.
- De ouderenkorting wordt verhoogd van € 762 naar € 1032. Voor
een verzamelinkomen van meer dan € 35.450 gaat een ouderenkorting
van € 150 gelden. Voorheen had de belastingplichtige met een
dergelijk inkomen geen recht op ouderenkorting.
- De grens van de eerste schrijf wordt verhoogd met € 700 tot €
19.645.
- De grens van de tweede schijf wordt verlaagd met € 500 tot €
33.555 voor belastingplichtigen die zijn geboren vóór 1 januari
1946 en € 33.363 voor belastingplichtigen die zijn geboren na 1
januari 1946.
- De grens van de derde schijf wordt verlaagd met € 500 tot €
55.991.
- Het belastingtarief van de eerste schijf wordt verhoogd van
1,95% naar 5,85%.
- Het belastingtarief van de tweede schijf wordt verhoogd van
10,80% naar 10,85%.
Overige maatregelen
- De aftrek van scholingsuitgaven wordt beperkt tot verplichte en
noodzakelijke kosten van een opleiding of studie. Computers en
randapparatuur zijn niet meer aftrekbaar. Belastingplichtigen met
recht op studiefinanciering krijgen ook aftrek van de limitatief
opgesomde werkelijk gemaakte kosten. De regeling voor studenten die
hun diploma niet op tijd halen wordt eenvoudiger.
- De aftrek van ziektekosten wijzigt. Er komt een regeling
waarmee uitgaven die als gevolg van wijzigingen binnen het
basispakket aftrekbaar zouden worden van aftrek kunnen worden
uitgesloten. Vooralsnog vallen hieronder bepaalde
fertiliteitbehandelingen en bepaalde hulpmiddelen voor de
mobiliteit. Er is een aftrekbeperking opgenomen voor de eigen
bijdrage voor het verblijf in een instelling voor
medisch-specialistische zorg en een eigen bijdrage voor
hoortoestellen.
Loonbelasting/inkomstenbelasting
Fiscale behandeling woon-werkverkeer
Woon-werkverkeer
Met ingang van 2013 vervalt de mogelijkheid van onbelaste
vergoedingen of verstrekkingen voor het woon-werkverkeer. Dit geldt
zowel voor het reizen met eigen vervoer als met openbaar vervoer of
voor vervoer vanwege de werkgever. Ook de reisaftrek in de
inkomstenbelasting voor werknemers die met het openbaar vervoer van
en naar het werk reizen en daar geen of een lage vergoeding voor
krijgen vervalt.
Alleen werkgevers die thans de werkkostenregeling toepassen
kunnen woon-werkverkeer eventueel nog onbelast vergoeden of
verstrekken indien en voor zover zij nog ruimte hebben binnen het
algemene forfait van de werkkostenregeling.
Onbelaste reiskostenvergoedingen en verstrekkingen voor zakelijke
kilometers, niet zijnde woon-werkverkeer, blijven in 2013 nog wel
mogelijk. Voor overige vormen van vervoer vanwege de werkgever ter
zake van het woon-werkverkeer, zoals een personeelsbus, zal het
loonvoordeel worden bepaald op de kosten die de werknemer zou maken
ingeval met openbaar vervoer zou zijn gereisd.
Indien ov-abonnementen ter beschikking worden gesteld die zowel
voor zakelijk als voor woon-werkverkeer worden gebruikt, zal voor
het in aanmerking te nemen loonvoordeel de waarde van het
abonnement worden verminderd met het aantal zakelijke kilometers
dat hiermee is afgelegd maal € 0,19 of de werkelijke kosten van de
zakelijke reizen.
Vergoedingen die in 2012 (vanaf 18 september 16.00 uur) tot het
einde van het jaar vooruit worden betaald voor woon-werkverkeer dat
in 2013 zal plaatsvinden, vallen ook onder de belastingheffing.
Deze worden geacht te zijn genoten in het tijdvak waarin het
woon-werkverkeer feitelijk plaatsvindt.
Overgangsrecht
OV-abonnementen die door de werkgever aan de werknemer zijn
verstrekt (mede) voor woon-werkverkeer van de werknemer en die vóór
25 mei 2012 zijn aangegaan, blijven in ieder geval onbelast voor de
geldigheidsduur van dat abonnement.
Voor OV-abonnementen die vóór 25 mei 2012 zijn aangeschaft, blijft
ook de reisaftrek, indien van toepassing, gelden gedurende de
looptijd van het abonnement.
Auto van de zaak
Voor werknemers met een door de werkgever ter beschikking gestelde
auto en ondernemers met aan een ondernemer ter beschikking staande
(personen)auto (auto van de zaak) geldt met ingang van 2013 dat
reizen voor woon-werkverkeer als privékilometers worden aangemerkt.
Hierdoor zal de huidige vrijstelling van de bijtelling voor de
auto's waarmee niet meer dan 500 kilometer privé wordt gereden
grotendeels haar belang verliezen.
Overgangsrecht auto van de zaak
Voor personen die een (bestel)auto ter beschikking gesteld hebben
gekregen en deze auto thans gebruiken voor het woon-werkverkeer
maar overigens niet meer dan 500 kilometer per jaar privé rijden,
geldt een overgangsregeling indien vóór 25 mei 2012 het
leasecontract is ingegaan, of de ter beschikking gestelde auto voor
die datum is aangeschaft en op de balans stond van de onderneming
(bij niet lease-situaties).
Op grond van dit overgangsrecht geldt gedurende de looptijd van
het leasecontract of zolang de auto op de balans blijft staan, maar
uiterlijk tot 1 januari 2017, een lagere bijtelling ter grootte van
25% van de huidige bijtellingspercentages (25%, 20% of 14%). Deze
lagere bijtelling geldt alleen indien het aantal gereden 'echte'
privékilometers (dus uitgezonderd woon-werkverkeer) maximaal 500
kilometer per jaar bedraagt. Ingeval het een bestelauto met een
verklaring uitsluitend zakelijk gebruik betreft, mag geen enkele
privékilometer worden verreden.
Definitie woon-werkverkeer
Daar woon-werkverkeer, anders dan overige zakelijk verkeer, vanaf
2013 niet meer onbelast kan worden vergoed en woon-werkverkeer in
geval van een ter beschikking gestelde auto als privégebruik wordt
aangemerkt, wordt een definitie van woon-werkverkeer in de wet
opgenomen. Onder woon-werkverkeer wordt verstaan:
- iedere reis waarbij heen of terug wordt gereisd tussen de
woning of verblijfplaats en de in het kader van een
dienstbetrekking (of overeenkomst tot het verrichten van
werkzaamheden) overeengekomen vaste werkplaats of
werkplaatsen;
- het op regelmatige basis reizen tussen de woning of
verblijfplaats en een werkplaats waar in belangrijke mate (voor 30%
of meer) werkzaamheden worden verricht in het kader van de
dienstbetrekking of de overeenkomst tot het verrichten van
werkzaamheden.
Reizen worden niet als woon-werkverkeer aangemerkt indien
maximaal een jaar tussen de woning of verblijfplaats en de
werkplaats wordt gereisd en deze periode aanmerkelijk korter is dan
de duur van de dienstbetrekking. Ook als niet binnen 24 uur zowel
heen als terug wordt gereisd, geldt dat geen sprake is van
woon-werkverkeer.
Pensioenen
- Recentelijk is het parlement akkoord gegaan met een verhoging
van de AOW- en pensioenleeftijd. In verband hiermee worden nu
diverse leeftijdsafhankelijke regelingen in fiscale wetten
aangepast. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de uiterste ingangsdata
voor pensioenen en lijfrenten, het tijdstip waarop de fiscale
oudedagsreserve afneemt en het omzetten van stakingswinst in een
lijfrente.
- In een beleidsbesluit zal worden goedgekeurd dat het tot en met
maart 2015 mogelijk is om het aanvullend pensioen, zonder dat
doorgewerkt wordt, uit te stellen tot de in dat jaar geldende
AOW-leeftijd van 65 jaar en 3 maanden.
- Vanaf 1 januari 2015 gelden voor ondernemers die verplicht
deelnemen aan beroeps- of bedrijfstakpensioenregelingen dezelfde
beperkingen als voor de pensioenopbouw van werknemers. Daar staat
tegenover dat vrijwillige pensioenopbouw onder voorwaarden (tot
maximaal 1/3 van de verplichte premies) ook voor fiscale
facilitering in aanmerking komt.
- De maximale fiscaal gefacilieerde pensioenopbouw wordt
gerelateerd aan de winst uit onderneming drie jaar voorafgaande aan
het jaar waarin de pensioenopbouw plaatsvindt.
Premiedeel heffingskortingen
Inwoners van Nederland die niet in Nederland premieplichtig
zijn, krijgen onder bepaalde voorwaarden recht op uitbetaling van
het premiedeel van de heffingskortingen.
Loonbelasting
- Voor pensioen in eigen beheer wordt geregeld dat men op de
pensioeningangsdatum eenmalig de pensioenaanspraken kan
verminderen. Dit wordt beperkt tot situaties waarbij de
'onderdekking' (een dekkingsgraad van minder dan 75%) een gevolg is
van reële beleggings- en ondernemingsverliezen. Er geldt een
overgangsregeling voor pensioenuitkeringen die op 1 januari 2013
lopen, waardoor deze pensioenaanspraken in de periode 2013 tot en
met 2015 kunnen worden verminderd.
- Het forfaitaire percentage van de werkkostenregeling wordt met
0,1%-punt verhoogd.
- Een aantal maatregelen wordt genomen om misbruik van de
afdrachtvermindering onderwijs tegen te gaan en om de regeling
toekomstbestendiger te maken. Onder meer wordt de
afdrachtvermindering gekoppeld aan de inhoud en de duur van het
onderwijsprogramma. De afdrachtvermindering voor bbl en werkend
leren op hbo-niveau wijzigt.
- In de S&O-afdrachtvermindering wordt de eerste schijf
verlengd naar € 200.000. Het tarief in de eerste schijf wordt
verlaagd naar 38% en het starterstarief wordt verlaagd tot 50%. Het
plafond blijft € 14 miljoen.
- De regels voor het corrigeren van gegevens in een onjuiste of
onvolledige loonaangifte door de inhoudingsplichtige worden
herzien.
Vennootschapsbelasting
- De thincapregeling in art. 10d Wet VpB 1969 wordt
afgeschaft.
- Geregeld wordt dat de buitenlandse belastingplicht voor
lichamen die werkzaamheden verrichten als bestuurder of commissaris
van een in Nederland gevestigd lichaam voortaan ook geldt voor
materiële bestuurderswerkzaamheden of managementdiensten. Dit
geschiedt om geconstateerd misbruik te bestrijden. De wijziging
heeft vooral praktische betekenis in relatie met België.
- Een van de voorwaarden voor de totstandkoming van een fiscale
eenheid is dat een moedermaatschappij de juridische en economische
eigendom heeft van ten minste 95 percent van de aandelen in het
nominaal gestorte kapitaal van de dochtermaatschappij. In de
wettekst is nu verduidelijkt dat deze voorwaarde met zich brengt
dat de moedermaatschappij altijd recht moet hebben op ten minste
95% van de winst en het vermogen van de dochtermaatschappij en dat
zij ten minste 95% van de stemrechten in de dochtermaatschappij
moet kunnen uitoefenen.
Overdrachtsbelasting
- De termijn waarbij in geval van doorverkoop een vermindering
van overdrachtsbelasting kan worden verkregen, wordt tijdelijk
verlengd van zes maanden naar 36 maanden. Dit was reeds
aangekondigd in een beleidsbesluit. De faciliteit houdt in dat als
een onroerende zaak of een recht waaraan deze is onderworpen in de
periode van 1 september 2012 tot 1 januari 2015 wordt verkregen,
bij een opvolgende verkrijging door een ander binnen 36 maanden
slechts overdrachtsbelasting is verschuldigd over de
meerwaarde
- Het lage overdrachtsbelastingtarief van 2% voor de verkrijging
van woningen gaat ook gelden voor aanhorigheden van woningen die op
een later tijdstip dan de woning zelf worden verkregen en tot deze
woning gaan behoren. Hierbij kan worden gedacht aan de latere
verkrijging van een garage of een schuur.
Assurantiebelasting
In het Belastingplan 2011 is geregeld dat het tarief van de op 1
januari 2015 verlaagd wordt van 9,7% naar 9,5%. Op verzoek van de
branche is het hierbij behorende overgangsrecht aangepast.
Btw
De termijnen van de fietsregeling in de btw wordt in
overeenstemming gebracht met die van de loonbelasting. Momenteel
kijkt de btw naar drie volle jaren, terwijl de loonbelasting
uitgaat van het lopende kalenderjaar en de twee opeenvolgende
jaren.
Invordering
- Zekerheidshouders van bodemzaken worden verplicht de ontvanger
te informeren over het voornemen hun recht op deze zaken uit te
oefenen dan wel handelingen te verrichten waardoor de zaken niet
meer als bodemzaken kwalificeren. Bodemzaken zijn bepaalde roerende
zaken die zich bevinden op de bodem die bij de belastingschuldige
in gebruik is. De ontvanger heeft het eerste recht om zich op deze
zaken te verhalen. Na de mededeling heeft de ontvanger vier weken
om zijn verhaalsrecht ook daadwerkelijk te effectueren. Als de
zekerheidshouder niet aan de mededelingsplicht voldoet, is hij
verplicht de executiewaarde van de bodemzaken aan de ontvanger te
vergoeden.
- De tijdelijke versoepeling van het uitstelbeleid ten aanzien
van ondernemers met betalingsproblemen als gevolg van de
economische crisis wordt voortaan structureel toegepast, ook in
situaties waarin geen relatie is met de economische crisis.
Daarnaast wordt een verzoek om kort uitstel voortaan beoordeeld aan
de hand van objectief toetsbare criteria.
Autobelastingen
- Voor in een EU- of EER-land geregistreerde motorrijtuigen wordt
het ook buiten de leasesfeer mogelijk om bij de heffing van BPM
direct rekening te houden met de duur van het gebruik in
Nederland.
- In de motorrijtuigenbelasting wordt de minimale
schorsingstermijn waarbij geen motorrijtuigenbelasting verschuldigd
is voor personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen verkort van
drie maanden tot een maand.
- De belasting op zware motorrijtuigen wordt zodanig aangepast
dat buitenlandse vrachtauto's ook kunnen worden betrokken in het
toezicht via automatische nummerplaatherkenning.
Accijns
- De wijze waarop de jaarlijkse aanpassing van de accijnstarieven
van tabaksproducten wordt berekend, is gewijzigd.
- De periode waarin een fabrikant, importeur en groothandelaar
nog tabaksproducten met 'oude' accijnszegels mag verkopen, wordt
verruimd van een maand naar twee maanden.
Belastingen op milieugrondslag
- De voorwaarden om in aanmerking te komen voor de vrijstelling
van energiebelasting voor aardgas en elektriciteit die worden
gebruikt voor de opwekking van elektriciteit zijn gewijzigd.
- Er is overgangsrecht opgenomen in verband met de afschaffing
van de verpakkingsbelasting (per 1 januari 2013) en de voorgenomen
afschaffing van de belasting op leidingwater.
Algemene wet inzake rijksbelastingen
- Om de effectiviteit van de verzuimboete voor aangifteverzuimen
bij aanslagbelastingen te vergroten, krijgt de inspecteur de
mogelijkheid om een verzuimboete eerder op te leggen dan de
aanslag.
- Vanaf 1 januari 2014 moeten instellingen met de ANBI-status
bepaalde gegevens op elektronische wijze (via internet) openbaar
maken. Het gaat daarbij om NAW-gegevens, de bestuurssamenstelling,
een (verkort) jaarverslag en bepaalde beloningen van bestuurders en
medewerkers.
- Volkshuisvesting wordt met terugwerkende kracht tot 1 januari
2012 aangemerkt als een algemeen nut beogende activiteit. Hierdoor
kunnen woningcorporaties nu ook als algemeen nut beogende
instelling (ANBI) kwalificeren.
- Een belastingplichtige kan in bepaalde situaties worden
verplicht om een burgerservicenummer (BSN) van een derde op te
geven ten behoeve van werkzaamheden van de Belastingdienst.
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen
- De Belastingdienst/Toeslagen krijgt de mogelijkheid om een
vergrijpboete op te leggen bij de definitieve toekenning van de
toeslag indien het vergrijp betrekking heeft op de aanvraag- en
voorschotfase van het toeslagenproces. In geval van recidive bij
toeslagenfraude kan voortaan een vergrijpboete van 150% worden
opgelegd.
- Bij het niet reageren op een verzoek om informatie van de
inspecteur tot het vaststellen van het niet in Nederland belast
inkomen, wordt het voor de Belastingdienst/Toeslagen mogelijk om
ambtshalve de hoogte van de tegemoetkoming te bepalen.
- Bij de invoering van de vermogenstoets voor de zorgtoeslag en
het kindgebonden budget zal ook rekening worden gehouden met
buitenlands vermogen.
Verhuurderheffing
Per 1 januari 2013 zal een nieuwe heffing ten laste van
verhuurders worden ingevoerd. Het betreft verhuurders die op 1
januari van dat jaar meer dan tien huurwoningen in de gereguleerde
sector bezitten. Dit is de zogenoemde verhuurderheffing. De
verhuurderheffing is dus beperkt tot huurwoningen met een huur tot
de huurtoeslaggrens (m.i.v. 1 januari 2012 € 664,66). Woningen in
de vrije sector zijn van deze heffing uitgesloten.
De grondslag voor de heffing wordt gevormd door de totale
WOZ-waarde van de woningen van een verhuurder in de gereguleerde
sector, verminderd met tien maal de gemiddelde WOZ-waarde van al
diens huurwoningen in diezelfde sector. De peildatum van de
WOZ-waarde ligt op 1 januari van het voorgaande kalenderjaar en de
waarde wordt steeds voor een periode van één jaar vastgesteld. Het
voorgestelde tarief bedraagt voor 2013 0,0014%. Per 1 januari 2014
zal dit tarief worden verhoogd tot 0,231%.
De verhuurderheffing moet tegelijk met het doen van aangifte
worden betaald. Hiervoor geldt een termijn van drie maanden, zodat
de betaling vóór 1 april van het desbetreffende jaar conform
aangifte zal dienen te geschieden. Om belastingplichtigen en de
Belastingdienst tegemoet te komen is deze termijn voor 2013
verlengd tot negen maanden, dus tot en met 30 september 2013.
Wet elektronische registratie notariële akten
Op grond van de Registratiewet 1970 worden alle notariële akten
door de Belastingdienst geregistreerd. Doel van de registratie is
in de eerste plaats het leveren van een bijdrage aan de
rechtszekerheid. Daarnaast gebruikt de Belastingdienst de
informatie in de akten voor de uitvoering van de
belastingwetgeving. Dit wetsvoorstel strekt ertoe de registratie
van notariële akten voortaan langs elektronische weg te laten
geschieden door de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie,
waardoor die akten niet langer heen en weer hoeven te worden
gestuurd tussen de notaris en de Belastingdienst. Verder wordt de
registratie van onderhandse akten beperkt tot die akten waarvoor
registratie een wettelijk vormvereiste is. De registratie van deze
akten blijft een taak van de Belastingdienst. Ook het toezicht op
de uitvoering van de Registratiewet 1970 blijft gebeuren door de
Belastingdienst. Met het voorstel wordt een belangrijke besparing
op de uitvoeringskosten van de Belastingdienst bereikt en een
verlaging van de administratieve lasten voor het notariaat.
De voorgestelde wijzigingen behelzen een viertal maatregelen:
- Overgang naar elektronische registratie van notariële
akten;
- Registratie notariële akten door KNB in plaats van de door
Belastingdienst;
- Overgang naar digitaal repertorium;
- Beperking registratie onderhandse akten.