Berekening erfbelasting bij fideï-commis

Fideï-commis

Indien iemand (erflater) in Nederland overlijdt, is ter zake van de verkrijgingen uit zijn nalatenschap erfbelasting verschuldigd. Hoe deze heffing verloopt, hangt af van de wijze van vererving. Een bijzondere situatie doet zich voor als sprake is van een fideï-commis. Bij een dergelijke regeling erft een verkrijger vermogen onder de last dat bij zijn overlijden het restant van de erfenis wordt uitgekeerd aan een of meer opvolgende verkrijgers. Juridisch erven zowel de eerste verkrijger als de opvolger(s) van de erflater. Het gevolg van een fideï-commis is dat de eerste verkrijger bij zijn overlijden niet kan beschikken over de erfenis, maar dat deze overgaat op de door de erflater aangewezen personen. De erflater kan hierdoor ook na zijn overlijden nog bepalen aan wie zijn vermogen toekomt.

Dubbele verkrijging uit dezelfde nalatenschap

Onlangs heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de berekening van de erfbelasting (destijds successierecht geheten) bij een verkrijging uit een fideï-commis. In de betreffende zaak is vader in 1999 overleden. Zijn kinderen hebben ieder een bedrag uit zijn nalatenschap verkregen en daarover belasting betaald. Daarnaast heeft de echtgenote van vader als erfgenaam een deel van de nalatenschap verkregen. Op deze verkrijging rust een fideï-commis, waardoor bij het overlijden van de echtgenote in 2007 het restant van de erfenis overgaat op de kinderen. Ook deze verkrijging wordt gezien als een verkrijging uit de nalatenschap van vader. Omdat de kinderen dus twee keer (in 1999 en 2007) uit dezelfde nalatenschap verkregen hebben, rijst de vraag hoe de erfbelasting moet worden berekend.

Berekening erfbelasting?

De kinderen betogen dat voor de erfbelasting sprake is van twee afzonderlijke verkrijgingen. Dit zou betekenen dat de vrijstellingen en het progressieve tarief twee keer worden toegepast. De Hoge Raad sluit zich echter, in navolging van Hof Amsterdam, aan bij het standpunt van de inspecteur. Volgens de Hoge Raad volgt uit de systematiek van de Successiewet dat de belaste verkrijging bestaat uit al wat de belastingplichtige uit één nalatenschap verkrijgt, verminderd met de toepasselijke vrijstellingen. De verkrijgingen uit 1999 en 2007 worden dus samengeteld. De verschuldigde erfbelasting wordt berekend door eerst de belasting over de totale verkrijging te berekenen naar de tarieven en vrijstellingen van 2007. Dit bedrag wordt vervolgens naar evenredigheid toegerekend aan de verkrijging uit het fideï-commis. Een deel van de verkrijging is immers reeds in 1999 in de heffing betrokken.

Bron: Hoge Raad 12 april 2013, nr. 12/01402, LJN: BY8780

Deel dit bericht: